"We kwamen terug in een thuis, niet op een werf": hoe Vandenbussche De Klokke vzw zes maanden vroeger dan gepland naar huis bracht.
Cathy Boel is algemeen directeur van De Klokke vzw, een vergunde zorgaanbieder (VAPH) die al sinds eind jaren tachtig woonondersteuning biedt aan volwassenen met een licht tot matig verstandelijke beperking en bijkomende zorgvragen. De organisatie biedt zowel residentiële woonondersteuning als dag- en woonondersteuning met verschillende intensiteit, steeds op maat van wie er woont en werkt. Toen bleek dat het bestaande gebouw niet langer aansloot bij de noden van de doelgroep noch bij de eisen van de tijd, startte een ingrijpend traject dat resulteerde in een volledige nieuwbouw. Voor de uitvoering ervan klopte De Klokke aan bij Vandenbussche. In dit gesprek blikt Cathy Boel terug op een samenwerking die de verwachtingen op alle vlakken overtrof.
Van een gebouw uit een andere tijd naar een nieuwe thuis
De Klokke vzw is gestart in 1989 als gezinsvervangend tehuis voor werkenden, een woonvorm die vandaag niet meer bestaat. Dat betekende dat het gebouw en de doelgroep al jaren niet meer op elkaar aansloten. Daar kwamen bijkomende problemen bovenop waaronder een verouderende structuur, oververhitting door slopende zonnige zomers en een oude gasverwarmingsinstallatie waarvan de toekomst onzeker was.
Rond 2019 startte de organisatie een denkoefening. Aanvankelijk lag bij hen een renovatie op tafel. Architecten maakten schetsen en er werd gebudgetteerd, maar na een grondige vergelijking tussen nieuwbouw en renovatie was de conclusie onvermijdelijk. "Renovatie zou enorm duur zijn zonder dat we écht iets structureel oplosten. Vanaf nul beginnen was duurzamer en zinvoller, ook voor de mensen die hier wonen," zegt Cathy Boel.
De beslissing om volledig opnieuw te bouwen op dezelfde locatie bracht meteen een complexe logistieke puzzel mee. Het terrein leende zich nauwelijks tot gefaseerd bouwen, en een tijdelijke woonunit naast een actieve bouwwerf combineren met een te vervangen gasinstallatie en een nieuw warmtepompsysteem was technisch te complex. Er was maar één echte optie: de volledige residentiële werking tijdelijk elders onderbrengen, voor een periode van ongeveer anderhalf jaar.
Via het eigen netwerk vond De Klokke een oplossing bij Sleutelzorg Temse, waar door hun masterplan afdelingen vrijkwamen die perfect aansloten op het vlak van timing, capaciteit en infrastructuur. In juni 2024 verhuisde de volledige residentiële werking naar Temse. Twee maanden later startte Vandenbussche met de sloop van het oude gebouw.
De keuze voor Vandenbussche verliep via de formele procedure voor overheidsopdrachten, want het project werd gerealiseerd met Vlaamse VIPA-subsidies. Dat betekent een transparante vergelijking op prijs, kwaliteit en referenties. Vandenbussche kwam er duidelijk als beste kandidaat uit.
Voor De Klokke was dat gezicht meteen duidelijk. Van bij de start toonde Vandenbussche een houding die Cathy omschrijft als betrokken en proactief: “twee eigenschappen die in de bouwsector lang niet vanzelfsprekend zijn.
"Vandenbussche zat achter de veren. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in de bouwwereld is proactiviteit geen evidentie. Ze namen initiatief, ze communiceerden, ze losten zaken op vóór wij er zelf over nadachten."
Die proactiviteit uitte zich ook in de manier waarop uitdagingen op de werf werden aangepakt. De aanwezigheid van hoogspanningskabels op het terrein beperkte bijvoorbeeld de hijsmogelijkheden en vroeg om creatieve oplossingen. Vandenbussche vond ze, zonder dat De Klokke daar elke keer zelf achteraan moest.
Een team dat het verschil maakt
Achter een goede samenwerking zitten mensen. Voor De Klokke waren dat projectleider Karel, werfleider Erik en werfvoorbereider Sandrine. Cathy omschrijft hen als ervaren, professioneel en toegankelijk. Ze waren het vaste aanspreekpunt doorheen het volledige traject, van de eerste werfvergadering tot na de oplevering.
"Met Karel en Erik hadden we altijd het gevoel dat we met mensen spraken die ons project kenden en er om gaven. Ze waren niet alleen uitvoerders, ze dachten mee." Die betrokkenheid zette zich ook door na de voorlopige oplevering, die inmiddels achter de rug is terwijl de definitieve oplevering nog volgt. "Erik passeert nog wanneer nodig. Kleine issues worden meteen opgepikt en opgelost. Geen collectieve problemen, geen stroompannes, geen falende verwarming. Dat is nazorg zoals het hoort."
“Ook de samenwerking met ons bouwteam van De Klokke liep bijzonder vlot. Samen met Mark Schouppe en de projectmanager van Belfius vormden we één hecht team, met open communicatie en wederzijds vertrouwen. Die combinatie heeft echt het verschil gemaakt op deze werf.”
Eerlijk omgaan met tegenvallers
Niet alles verliep vlekkeloos, en Cathy is eerlijk genoeg om dat toe te geven. De sloopfase bracht een hogere kost met zich mee dan aanvankelijk geraamd. Dat zorgde voor spanning. "Dat gaf frictie, dat wil ik niet ontkennen. Maar wat telt, is hoe je als partners met zo'n moment omgaat. Er werd overlegd, er werd samen gezocht naar een aanvaardbare regeling rond de prijsverrekening, en die vonden we ook."
Diezelfde constructieve reflex schemerde door bij budgetkwesties die later in het project opdoken. De context van De Klokke vraagt extra waakzaamheid op dit vlak: de bewoners beschikken over beperkte financiële middelen, en de VIPA-subsidies werken als een korting die rechtstreeks doorwerkt in de betaalbaarheid van de zorg. Elke meerkost heeft dus een concrete menselijke impact.
"We hebben op bepaalde momenten moeten bijsturen en samen naar alternatieven of besparingen gezocht. Maar we zijn binnen het voorziene budget gebleven, inclusief de voorziene buffer. Dat is mede mogelijk gemaakt door de bereidheid van Vandenbussche om telkens opnieuw aan tafel te gaan zitten en creatief mee te denken."
"Dat respectvolle, constructieve gesprek is de rode draad geweest doorheen het hele traject. Er waren moeilijke momenten, maar ze zochten altijd mee naar oplossingen. Nooit weg van de tafel."
Zes maanden vroeger thuis
Extern had De Klokke gecommuniceerd dat de terugkeer voor de zomer van 2026 gepland was. Dat was de belofte aan bewoners, familie en medewerkers. De werkelijkheid overtrof die verwachting ruimschoots: in januari 2026 keerde de organisatie zes maanden eerder dan aangekondigd terug naar haar volledig vernieuwde thuis. Een resultaat dat niet alleen organisatorisch maar ook financieel meeviel, want de huur van de tijdelijke locatie in Temse viel een half jaar vroeger weg dan voorzien.
De weken voor de verhuis waren intensief. Cathy Boel spreekt van een echte race tegen de klok, waarbij alle partijen het uiterste gaven om de deadline te halen. Maar wat telde op de dag van de intrek, was dat alles werkte.
"Die laatste weken voor de verhuis waren een echte race tegen de klok. Maar bij onze intrek was alles operationeel. Onze bewoners kwamen niet kamperen, ze kwamen thuis."
Tot op vandaag zijn er geen grote technische problemen opgedoken. De warmtepompen draaien, het warme water stroomt, de stroomvoorziening valt niet uit. "Dat klinkt misschien als een minimum," zegt Cathy, "maar voor mensen die hier dag en nacht wonen, is dat precies wat telt. Een thuis die gewoon werkt."
Een gebouw ontworpen rond de mens
Het nieuwe gebouw telt woonruimte voor 36 bewoners, elk met een eigen studio die exclusief voor hen bestemd blijft, ook wanneer ze in het weekend naar huis gaan of tijdelijk elders verblijven. De studio's zijn gegroepeerd in drie leefgroepen van twaalf bewoners, elk met een ruime en lichte gemeenschappelijke leefruimte en een eigen terraszone die natuurlijk omheind is voor veiligheid en rust.
Het ontwerp is bewust opgebouwd rond korte afstanden en nabijheid. Doordat de studio's rond de leefgroep liggen, kunnen begeleiders snel bij hun cliënten zijn. Tegelijk heeft elke leefgroep een eigen voordeur en bel, zodat thuiskomen ook écht aanvoelt als thuiskomen. De centrale inkom is voorbehouden voor externen zoals bezoekers en de postbode. "Privacy is voor onze bewoners geen luxe, het is een recht. Dat moest in het gebouw zelf zitten."
Naast de woonfunctie zijn er centrale voorzieningen zoals een gemeenschappelijke badkamer met hoog-laagbad, een snoezelruimte, een prikkelarme comfortruimte en ateliers voor dagbesteding. Voor medewerkers zijn er burelen, een vergaderruimte en een koffiecorner. Ook een kamer voor kortverblijf werd voorzien.
Duurzaamheid en vakmanschap tot in het detail
Energetisch draait het gebouw op warmtepompen als primaire bron, aangevuld met achttien fotovoltaïsche panelen. Een gasaansluiting bleef behouden als back-up, een bewuste en pragmatische keuze gezien de technologische onzekerheid op het moment van de beslissing. De installaties zijn voorbereid op uitbreiding met extra zonnepanelen of een batterijsysteem. "We verzamelen eerst twaalf maanden data over alle seizoenen en instellingen. Dan pas beslissen we over verdere uitbreiding. We willen geen keuzes maken op basis van halve informatie."
Het geheel werd gerealiseerd conform de VIPA‑duurzaamheidsnormen, wat niet alleen ecologisch maar ook financieel relevant is voor een organisatie die zorg betaalbaar wil houden voor mensen met beperkte middelen. Tegelijk kaart Cathy Boel aan dat die financiële haalbaarheid niet vanzelfsprekend is. Zelfs met de VIPA‑subsidie als substantiële tegemoetkoming in de woon‑ en leefkosten blijft het een uitdaging om tot een betaalbaar eindresultaat te komen. Dat spanningsveld vraagt om doordachte keuzes en een sterke samenwerking tussen alle betrokken partners.
Een laatste detail dat Cathy met zichtbaar plezier aanhaalt, is de esthetische afwerking van de gevels. Op de buitenmuren werd gekozen voor een kruisverband met X-details in het metselwerk, een technisch en visueel veeleisende keuze die echte vakmanshanden vroeg. Niet alles lukte meteen: soms moest werk opnieuw worden uitgevoerd om het resultaat precies goed te krijgen. Vandenbussche bleef doorzetten.
"Het was intensief overleg en soms even doorzetten, maar het resultaat is prachtig. Dat gebouw heeft een karakter gekregen, een touch die je niet koopt maar verdient. We zijn er trots op, en dat is mee dankzij het team van Vandenbussche."